Summary

Biologie Nectar 6VWO Examenstof

18.737 Words / ~38 pages
<
>
swopdoc logo
Download
a) trade for free
b) buy for 8.09 $
Document category

Summary
Biology

University, School

Alkwin, Uithoorn

Grade, Teacher, Year

NVT, Zonneveld, 2018

Author / Copyright
Text by Jürg D. ©
Format: PDF
Size: 0.18 Mb
Without copy protection
Rating [details]

Rating 3.0 of 5.0 (1)
Networking:
0/0|0[0.0]|1/3







More documents
Nectar, Biologie, Hoofdstuk 4 en 5 voor Havo 4 en 5 Hoofdstuk 4 §4.1 Gezonde voeding? Voeding heeft 3 functies: brandstof, bouwstof, beschermende stof Voedingsstoffen zijn: suikers (koolhydraten), een organische stof: enkelvoudige suikers (bijv. glucosen en fructose), ook wel monosachariden, deze zijn oplosbaar 0 0 0 0 0 0 tweevoudige suikers (bijv. maltose, sacharose(riets­uik­er)), ook wel disachariden, zijn redelijk oplosbaar 00 00 00 00 meervoudige suikers (bijv. zetmeel), ook wel polysachariden, zijn totaal niet…

BIOLOGIE TOETSWEEK 3


HOMEOSTASE


Hoofdstuk 1 GEDRAG

Gedragsonderzoek naar de reacties van dieren in verschillende omstandigheden, heeft aangetoond dat gedrag een aanpassing is naar de omstandigheden. Paringsgedrag vertoont meestal een vast patroon, door inwendige prikkels als hormonen, wat op invloed is op het gedrag. Bewegingen, geuren en geluiden zijn voorbeelden van uitwendige prikkels. Inwendige en uitwendige prikkels vormen samen de motiverende factoren.

Zodra de motivatie hoog genoeg is en boven de drempelwaarde komt is een dier bereid tot paring.


Hoofdstuk 2 SOORTEN, POPULATIES & RELATIES

Biologen hebben afgesproken dat individuen tot dezelfde soort behoren wanneer ze min of meer dezelfde uiterlijke kenmerken vertonen & vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. De wetenschappelijke naam van een soort wordt de binominale naam genoemd en bestaat uit een geslachtsnaam + soortaanduiding (waarbij de geslachtsnaam met een hoofdletter).

De classificatie van soorten behoort tot taxonomie. Rijk → Afdeling → Klasse → Orde → Familie → Geslacht → Soort ( R. AardrijksKunde OF GeschiedeniS). DNA onderzoek wordt gebruikt om tot een betrouwbare indeling van soorten te komen. Een kruising van soorten worden hybrides genoemd, deze zijn veelal onvruchtbaar om verdere vermenging te voorkomen.


Een groep van dezelfde soort organismen in een leefgebied, wordt een populatie genoemd. Individuen in een populatie zijn vaak familie van elkaar, door inteelt, waardoor ze kwetsbaar zijn. Een beperkende factor in een leefgebied van een populatie kan bijvoorbeeld voedsel zijn. Hierdoor zijn individuen uit de populatie genoodzaakt om uit te wijken naar een ander gebied.

Blijven ze in het leefgebied, dan kunnen ze proberen een eigen territorium (leefgebied van een individu) te bemachtigen. Anderzijds kunnen ze een nieuwe kolonie stichten en een nieuwe populatie vormen of zich aansluiten bij een andere populatie. Hierdoor dragen ze bij aan de genetische diversiteit. Door menselijk toedoen kunnen leefgebieden van populaties versnipperd raken.

Beleidsvoerders zetten zich in om versnipperde gebieden te ontsnipperen. Er is nog een manier om de overlevingskansen van een soort te vergroten. Door een soort zich thuis te laten voelen bijvoorbeeld. Hierin hebben grazers bij hun uitzetting een belangrijke taak om het leefgebied gevarieerder te maken. Een andere reden om een soort uit te zetten is omdat de soort is verdwenen uit het leefgebied, waar hij thuishoort.


Een specifieke leefomgeving van een plant en dier, waarbinnen specifieke biotische en abiotische factoren heersen die essentieel zijn voor een soort, noemt men de habitat van een soort. Voor elke (a)biotische factor kent een soort een optimum, de milieufactor waarbij deze het beste gedijt. Voor abiotische factoren kent een soort ook tolerantiegrenzen: max- en minimumwaarden.

Het gebruik van de (a)biotische factoren (voedselaanbod, materiaal en ruimte) van een gebied heet de ecologische niche van een soort. Twee individuen of soorten zijn pas concurrenten van elkaar wanneer deze dezelfde niche en habitat hebben. De niche van een soort kan verschillen, naar aanpassing aan veranderende omstandigheden. Wanneer de tolerantiegrenzen van een soort ten aanzien van beide factoren breed is, heeft deze een grotere kans op overleving.

Verschillende populaties van een soort kunnen uitgroeien tot een nieuwe soort na meerdere generaties. Verschillen kunnen dan zo groot worden dat de voormalige soortgenoten de ander niet meer als soortgenoten herkennen.


Predator-prooi relaties zorgen veelal voor populatieschommelingen, tenzij de predator op een andere prooi kan overschakelen. Elke schakel (organisme) maakt deel uit van meerdere voedselketens in een gebied, waardoor zich een voedselweb vormt. Verstoringen van de voedselketens kunnen ertoe leiden dat een soort uit een gebied verdwijnt. Deze kunnen ontstaan door bijvoorbeeld .....[read full text]

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Dode planten en de uitwerpselen van kleine organismen vormen een humuslaag. De half-verteerde organische stoffen maken de humuslaag een rijke voedingsbodem voor bacteriën & schimmels: de reducenten. Deze halen het laatste energie uit de organische stoffen en zetten ze om in anorganische stoffen die vervolgens door de producenten kunnen worden opgenomen. Mensen kunnen hun afval zelf composteren in hun achtertuin: het gecontroleerd afbreken van organische stoffen.

De afbraak is afhankelijk van de temperatuur, de soorten reducenten (aerobe reducenten breken organische stoffen sneller af), samenstelling van het afval & het stikstofgehalte (die door bacteriën worden gebruikt als bouwstoffen). De kringloop van elementen wordt gesloten door deze reducenten. De anaerobe afbraak van eiwitten noemt men rotting. Een deel van de planten dat onverteerd achterblijven en kan onder hoge druk en genoeg tijd fossiele brandstoffen vormen.


Planten nemen uit de humuslaag anorganische stikstof op en maken hier aminozuren van. daarmee bouwen ze hun eiwitten op. Consumenten van de eerste orde eten deze eiwitten, breken ze af tot aminozuren en vormen ze vervolgens tot dierlijke eiwitten. Bij de afbraak hiervan ontstaat ureum. Dit verlaat samen met urine het lichaam van het organisme. Ammonicficerende bacteriën verwerken dit ureum met andere eiwitten tot ammonium.

Aerobe nitrificerende bacteriën in de luchtige bodems gebruiken ammonium om nitraat van te maken. Anaerobe denitrificerende bacteriën zetten nitraat om in gasvormige stikstof. Stikstoffixerende bacteriën kunnen gasvormige stikstof uit de lucht ontbinden en hiermee is de stikstofkringloop gesloten.


In het beginstadium van een nieuw milieu groeien alleen planten met een grote tolerantie voor sterk wisselende abiotische invloeden. Hier groeien pioniersoorten die snel groeien, kort leven en veel zaden produceren. Door de aanwezigheid van pionierplanten komen er meer organische stoffen in de bodem. Andere soorten krijgen hierdoor een kans om te groeien. Deze winnen het vaak in een concurrentiestrijd van de pioniersoorten.

Na enige jaren verandert het pioniersstadium geleidelijk aan richting een climaxstadium. De verscheidenheid aan soort is hier groter dan in het pioniersstadium, maar met minder individuen per soort. Deze soorten zijn vaak minder tolerant voor schommelingen van abiotische factoren. De opeenvolging van plantengemeenschappen noemt men successie. Dit is niet alleen het gevolg van concurrentie, maar ook het gevolg van bodemorganismen.

In het subclimaxstadium is de biodiversiteit het grootst. Natuurbeheerders zetten grazers in om successie naar het volgende stadium tegen te gaan.


Hoofdstuk 4 CEL EN LEVEN

Een organisatieniveau is de schaal waarop biologisch onderzoek plaatsvindt. Elk organisatieniveau heeft zijn eigen onderzoekstechniek; organismen in een ecosysteem kun je tellen en organellen (structuren binnen een cel) kunnen worden onderzocht met behulp van een microscoop. Een organismen vertoont levenskenmerken mits:

  • Het organismen is opgebouwd uit één of meer cellen

  • H.....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Het glad E.R. (produceert fosfolipiden voor celmembraan, steroïde hormonen in de geslachtsorganen, dient als opslagplaats voor calciumionen in de spieren en speelt een rol bij ontgifting in de lever) bevat geen ribosomen in tegenstelling tot het ruw E.R. Verpakt in transportblaasjes, gemaakt van E.R.-membraan, gaan de gekoppelde aminozuren naar het Golgi-systeem voor verdere afwerking.

Het Golgi-systeem zijn een paar platte schijven. De blaasjes met gekoppelde aminozuren van het ER versmelten met de membranen van het Golgi-systeem. Na hier de laatste aanpassingen te hebben gehad, vervoeren de blaasjes ze naar het celmembraan richting het bloedvat. ATP is een molecuul de cellen meestal gebruiken voor energie. ATP wordt opgeladen in de mitochondriën, deze krijgen de energie van bijvoorbeeld glucose.

Lysosomen zijn blaasjes met enzymen (eiwitten) uit het Golgi-systeem. Ze breken versleten organellen af. Ook breken ze moleculen af die de cel opneemt bij endocytose. In witte bloedcellen breken ze bacteriën af. Het celskelet bestaat uit een netwerk van verschillende eiwitdraden. Omdat cellen voortdurend van vorm veranderen en organellen verplaatsen, is het celskelet constant in beweging: het groeit of krimpt.

Centriolen zijn alleen aanwezig in dierlijke cellen. Ze verdubbelen en gaan elk naar de andere kant van een cel. Met eiwitdraden splitsen ze chromosomen waarna de cel zich vervolgens splitst. Eindstand: 2 dochtercellen.

Plantencellen hebben chloroplasten (bladgroenkorrels). Dit zijn organellen met een glad membraan en aan de binnenkant stapels membranen met o.a. chlorofyl. Hiermee vangt de chloroplast zonlicht op voor het opladen van ATP. Ook kunnen planten een andere kleur hebben door kleurstofkorrels:. chromoplasten (oranje, geel, rood) en amyloplasten (kleurloos, zoals in zetmeel).

Samen heten de drie plastiden. Ze kunnen in elkaar overgaan onder invloed van licht. Bloemen danken onder andere hun kleur door de grote vacuole waar in opgeloste stoffen zitten. Jonge plantencellen hebben vaak meerdere vacuolen, maar door veel water op te nemen groeit één grote centrale vacuole: celstrekking.

Celmembranen zijn een dubbele laag fosfolipiden met cholesterol en eiwitten. De staarten van de fosfolipiden zijn hydrofoob, ze stoten water af, en de koppen zijn hydrofiel, ze trekken water aan. De koolhydraatketens dienen als receptoren en maken cel herkenbaar voor het afweersysteem. Elke receptor bindt met één bepaalde stof en reageert daar op een specifieke manier op.

Met receptoren onderscheidt de cel lichaamseigen en lichaamsvreemd. Kleine moleculen zoals zuurstof en koolstof bewegen door de fosfolipide-moleculen, dit heet diffusie en het kost de cel geen extra energie en het is dus passief transport. Hoe hoger de temperatuur en hoe groter het concentratieverschil, des te .....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Niet te gebruiken afvalstoffen in het blaasje versmelten met het celmembraan: exocytose. Met exocytose brengt de cel ook geproduceerde eiwitten naar buiten.

DNA bevat de informatie voor al je eigenschappen. De dubbele helix is een keten aan elkaar gekoppelde nucleotiden. Een nucleotide bestaat uit een fosfaatgroep, een suikermolecuul en een stikstofbase. Aan de suikermolecuul zit een stikstofbase, er zijn 4 verschillende:

  • Adenine (A) - Thymine (T)

  • Cytosine (C) - Guanine (G)

De variatie in eiwitten hangt af van het aantal, de volgorde en de keuze van aminozuren. Eén DNA triplet vormt één aminozuur. Het aantal tripletten bepaalt de lengte van de polypeptideketen. TAC/ATG is het startcodon. De complete codezin met de informatie om een eiwit te maken heet een gen. Enzymen in de celkern maken een kopie van het DNA: het RNA. Tegenover C komt in het RNA G, en tegenover A komt U. De RNA-keten heeft als suiker ribose i.p.v. deoxyribose.

Via de kernporiën verlaat het RNA-molecuul de kern en de ribosomen lezen de RNA-code af en vertalen deze naar een polypeptide.

De celcyclus (de periode waarin een cel ontstaat, groeit, actief is en deelt) bestaat uit de G1-, S-, G2-, en M-fase. De eerste drie zijn de interfase, de chromosomen zijn nog niet zichtbaar. Bij de G1-fase groeit de cel, bij de S-fase verdubbelen DNA-moleculen zich waardoor twee chromosomen ontstaan. De twee chromatiden (identieke helften) van een chromosoom blijven bij het centromeer vast aan elkaar.

Bij de G2-fase worden beide DNA-moleculen op kopieerfouten gecontroleerd en de overige organellen verdubbeld. Bij de mitose (M-fase) ontstaan twee nieuwe kernen met elk een eigen .....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Hierdoor kunnen weefsels van organen schade oplopen. Tumorcellen kunnen ook loslaten en zich via transportstelsels als de bloedbaan en lymfevatenstelsel verspreiden. Dit kan op een andere plek ook uitgroeien tot een tumor. Een ander woord hiervoor is metastaseren (uitzaaien). Ze kunnen makkelijk vastlopen in nauwe haarvaten, zoals bij de longen. Een goedaardige tumor groeit andere weefsels niet in en kan zich niet uitzaaien, doordat hij in een laagje bindweefsel is ingekapseld.

Chirurgie, radiotherapie en chemotherapie zijn manieren waarop tumoren worden verwijderd. Een toekomstperspectief biedt geneesmiddelen waarvan deze zich binden aan de receptoren van bloedvaten (die een tumor nodig heeft om te kunnen groeien), waardoor verhindert wordt dat zich een bloedvat richting de tumor vormt.


Hoofdstuk 5 ONDERZOEK

Wetenschappelijk onderzoek blijft nodig doordat bijvoorbeeld bacteriën, door veelvuldig gebruik van antibiotica, resistentie kunnen ontwikkelen tegen de antibiotica. Goed wetenschappelijk onderzoek kent 6 onderdelen:

  • Onderzoeksvraag

  • Hypothese

  • Materiaal & methode

  • Resultaten & verwerking

  • Conclusie

  • Discussie


    Met een controle experiment controleer je of de onderzochte variabele, oorzaak is voor het resultaat. De afhankelijke variabele is wat de onderzoeker meet als gevolg van de onafhankelijke variabele die de onderzoeker varieert. Kwantitatief onderzoek is gebaseerd op het meten van aantallen en kwalitatief onderzoek toont aan of iets aanwezig is of niet, zonder het te tellen, meten of wegen. Om moleculen aan te tonen gebruik je indicatoren.


    Hoofdstuk 6 VOORTPLANTING


    Hoofdstuk 7 ERFELIJKHEID


    Hoofdstuk 8 EVOLUTIE


    Het boek Genesis, een boek over de schepping van de aarde door God, werd tot de 19e eeuw geaccepteerd in de westerse samenleving. Hierdoor geloofde men dat soorten niet veranderden, maar altijd hetzelfde bleven. Fossielen zijn restanten van vroeger levende organismen. Cuvier kwam dankzij fossielen aan de catastrofetheorie. Volgens Cuvier sterven soorten uit door natuurrampen en worden er dan nieuwe soorten geschapen.

    In de 18e eeuw trok men de conclusie dat soorten evolueren. Lamarck kwam met een evolutietheorie, een theorie die verklaart hoe soorten veranderen en hoe nieuwe soorten ontstaan. Lamarck stelde dat organismen tijdens hun leven nieuwe eigenschappen verwerven als aanpassing aan hun omgeving. Deze eigenschappen geven ze d.....

  • Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis
    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    Mayr kwam met een verklaring voor het ontstaan van nieuwe soorten. Volgens Mayr kunnen door barrières in een aantal stappen nieuwe soorten ontstaan: allopatrische soortvorming. In beide populaties komen mutaties voor, waardoor eigenschappen veranderen en de populaties elkaar niet meer als soortgenoten zullen herkennen.

    Ook zonder barrière kunnen nieuwe soorten evolueren: sympatrische soortvorming. Dit is waarschijnlijk een gevolg van seksuele selectie.

    Het fokken van dieren of kweken van planten met gewenste eigenschappen heet kunstmatige selectie. Hierbij selecteert de mens.


    De frequentie waarin allelen in een populatie voorkomen, de allelfrequentie, zal veranderen wanneer de nieuwe allelen een succes blijken te zijn. De populatiegenetica bestudeert de genetische samenstelling van populaties. Door immigranten is de genenpool, de erfelijke samenstelling van de populatie, verrijkt met nieuwe allelen die voorheen nauwelijks voorkwamen. De migratie van allelen heet gene flow.

    Het Humane Genome project heeft de genen van de mensen in kaart gebracht. De genotypefrequenties zijn te berekenen door aantallen fenotypen te delen door het totaal aantal personen uit de steekproef.

    Hardy en Weinberg ontwikkelden in 1908 onafhankelijk van elkaar een regel om de frequentieverdeling van genotypen en allelen te berekenen. Zij stelde dat in een populatie de allel- en genotypefrequenties gelijk blijven, mits er geen natuurlijke selectie optreedt, er geen mutaties en migraties zijn en de partnerkeuze op toeval berust. Zo'n populatie voldoet aan het Hardy-Weinberg-evenwicht. Hiervoor geldt met p is dominant en q is recessief:

    - al.....

    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    Legal info - Data privacy - Contact - Terms-Authors - Terms-Customers -
    Swap+your+documents