Summary

Biologie Nectar 6VWO Examenstof

18.737 Words / ~38 pages
<
>
swopdoc logo
Download
a) trade for free
b) buy for 8.09 $
Document category

Summary
Biology

University, School

Alkwin, Uithoorn

Grade, Teacher, Year

NVT, Zonneveld, 2018

Author / Copyright
Text by Jürg D. ©
Format: PDF
Size: 0.18 Mb
Without copy protection
Rating [details]

Rating 3.0 of 5.0 (1)
Networking:
0/0|0[0.0]|1/3







More documents
Nectar, Biologie, Hoofdstuk 4 en 5 voor Havo 4 en 5 Hoofdstuk 4 §4.1 Gezonde voeding? Voeding heeft 3 functies: brandstof, bouwstof, beschermende stof Voedingsstoffen zijn: suikers (koolhydraten), een organische stof: enkelvoudige suikers (bijv. glucosen en fructose), ook wel monosachariden, deze zijn oplosbaar 0 0 0 0 0 0 tweevoudige suikers (bijv. maltose, sacharose(riets­uik­er)), ook wel disachariden, zijn redelijk oplosbaar 00 00 00 00 meervoudige suikers (bijv. zetmeel), ook wel polysachariden, zijn totaal niet…

De poortader voert bloed aan uit het darmkanaal, de alvleesklier en de milt met verteerde voedingsstoffen. De lever brengt O2-rijk bloed. De wand van de vertakkingen, sinusoïden, bestaat uit endotheelcellen en bevat Kupffercellen, die stoffen uit het bloed afbreken. Levercellen breken veel stoffen af. Het bewerkte bloed gaat via de onderste holle ader naar de nieren, die afvalstoffen uitscheiden.

Galkanalen voeren gal uit de levercellen naar oa de galblaas.

De lever speelt een rol bij:

  • Koolhydraatstofwisseling. Na een maaltijd nemen spiercellen, vetcellen en andere weefsels onder invloed van insuline glucose op. Insuline stimuleert in de levercellen de omzetting van glucose in glycogeen. Daalt het glucosegehalte, dan zet de lever onder invloed van glucagon glycogeen om in glucose. Levercellen kunnen ook glucose maken uit aminozuren en vetten: gluconeogenese.

  • Vetstofwisseling. Cholesterol is nodig voor de aanmaak van hormonen. De lever zet vetachtige stoffen om in lipoproteïnen: verbindingen van eiwit en vet. Zo kan vet in het plasma oplossen. Overtollig vet scheidt de lever uit in de gal.

  • Eiwitstofwisseling. Bij afbraak van eiwitten ontstaan aminozuren. Overtollige aminozuren worden afgebroken. De eerste stap is deaminering tot ammoniak. Er ontstaat met CO2 ureum en gaat naar de urine. De rest van het aminozuur wordt omgezet in vet (lipogenese), of glucose (gluconeogenese). De lever kan 11 van de 20 aminozuren omzetten via transaminering. Essentiële aminozuren moeten uit je voeding komen.

    Dierlijke eiwitten bevatten voldoende essentiële aminozuren. Bij plantaardig.....[read full text]

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
  • Water Functies: bouwstof, oplosmiddel, transportvloeistof en warmtebuffer.

    Ieder mens heeft een andere energiebehoefte. De ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) geeft aan hoeveel van een stof je gemiddeld moet binnenkrijgen.

    In voedingsmiddelen zitten ook additieven om het product aantrekkelijker en langer houdbaar te maken. De ADI is de aanvaardbare dagelijks inname van additieven per kg lichaamsgewicht.

  • Door kauwen vergroot je het oppervlak. Speeksel levert slijm dat als glijmiddel werkt. De slikreflex duwt je eten de slokdarm in. Spieren in de wanden van organen duwen de voedselresten met peristaltische bewegingen door de organen heen. Tijdens de reis vindt er vertering plaats.

    Voedingsvezels of ballaststoffen zijn koolhydraten die de darmperistaltiek stimuleren en onverteerbaar zijn.

    Je krijgt altijd micro-organismen binnen met eten. Speeksel bevat lysozymen die de celwand van micro-organismen aantasten. De bacteriën sterven door zoutzuur in het maagsap. Darmflora zijn nuttige bacteriën in je darmen.

    De wand van de dunne darm heeft plooien met darmvlokken, opgebouwd uit darmethipeel, haarvaten en een lymfevat. Het darmepitheel scheidt de darminhoud van de rest van het lichaam. Microvili zijn uitstulpingen van de celmembranen. Door groot oppervlak vindt er snelle resorptie plaats. De eiwitten bij darmepitheelcellen vormen een tight-junction.


    Vitaminen zijn organische stoffen waarvan je maar heel weinig nodig hebt: micronutriënten. Ze hebben verschillende functies. Vitaminen zijn ingedeeld naar biologische en chemische werking. Hydrofiele vitaminen verlaten via de nieren snel het lichaam. Hydrofobe vitaminen kunnen opstapelen.

    In dierlijk voedsel is retinol de meest voorkomende vitamine A. Retinol gaat in membraanblaasjes naar de lever. Via transporteiwitten gaan deze dan weer naar het netvlies. Zonder vitamine A ben je nachtblind. Retinoïden zetten stamcellen van huid- en darmepitheel aan tot deling. Dit voorkomt diarree. In groenten en gele en oranje vruchten zit B-caroteen. Dit is h.....

    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis
    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    De afbraak van macromoleculen tot hun bouwstenen heet vertering. Zetmeel is een polysacharide en een polymeer, gevormd uit glucosemoleculen en wordt verteerd tot de monosacharide glucose. Amylase in speeksel breekt zetmeel af in de mondholte, slokdarm en bovenste deel van de maag. De verteringsproducten zijn dextrine en de disacharide maltose, twee met elkaar verbonden moleculen glucose.

    Peptase van de maagsapklieren breekt amylase af. HCO3- uit alvleessap neutraliseert het maagzuur, waardoor amylase weer actief wordt en het restant van zetmeel verteert. De laatste stap gebeurt door enzymen uit de dunne darm.

    In de dunne darm vindt de resorptie van stoffen plaats in het interne milieu. Moleculen gaan door de darmepitheelcellen heen richting het bloed en passeren daarbij twee keer het celmembraan.

    Symports in de membranen van darmepitheelcellen nemen glucose en Na+ op uit de darminhoud. De cellen geven deze stoffen af aan het bloed. Dit is passief transport. Het terugpompen van Na+ naar de darminhoud is actief transport, want tegen de concentratierichting in.

    Zijn de glycogeenreservoris gevuld, dan gaat je lichaam vet aanmaken. Europezen en Amerikanen hebben meer amylase in hun speeksel, wat zorgt voor een betere vertering van zetmeel.


    Grote moleculen opgebouwd uit een keten van één bepaald type kleine moleculen, zijn polymeren. Eiwitten kunnen honderden aminozuren lang zijn. Maagsapklieren maken maagsap, die drie producten leveren:

    • slijm Maagslijmvlies bedekt de binnenkant van de maag en beschermt de cellen tegen het maagzuur en de verteringsenzymen.

    • zoutzuur In het zure maagsap gaan veel bacteriën dood. Ook laat zoutzuur eiwitten opzwellen en speelt het een rol bij het activeren van eiwitsplitsende enzymen.

    • pepsinogeen Hieruit ontstaat peptase, dat eiwitten splitst door hydrolyse. Er blijven polypeptiden over.

    Het maagportier sluit de maag af van de twaalfvingerige darm. Dit voorkomt dat zure voedselbrij ongehinderd de darmen in kan. NaHCO3 uit alvleessap ne.....

    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis
    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    De consumptie van veel verzadigde vetten verhoogt het risico op atherosclerose, doordat ze bijdragen aan de vorming van plaques.

    Enzymen uit het alvleessap en dunne darmsap breken DNA en RNA uit voeding af via endo- en exonucleasen.



    Hoofdstuk 12 AFWEER


    Harde stekels en doornen van planten zijn een vorm van mechanische afweer. Kleinere herbivoren hebben hier geen last van. Sommige planten hebben andere dieren als beschermers. Als tegenprestatie levert de boom nectar en eiwitten. Deze samenwerking heet mutualisme. Andere planten maken stoffen waarmee ze zich beschermen, chemische afweer. Een aantal planten maakt bijtende, brandende of giftige stoffen.

    Mierenzuur bijt en maakt wondjes in de huid; histamine kan het lichaam in en acetylcholine prikkelt de zenuwen. Dit veroorzaakt brandende pijn. De reuzeberenklauw maakt furocoumarine, dat de huid extreem gevoelig maakt voor uv-straling. De venijnboom bevat de gifstof taxine.

    Plantencellen herkennen schadelijke schimmels en bacteriën via receptoren op de celmembranen. Dan sluiten ze de huidmondjes of maken ze waterstofperoxide, waardoor de celwand verdikt. Is een cel beschadigd, dan maakt het NO, dat de ziekteverwekkers dood en onschadelijk wordt gemaakt door de plantencel.

    Planten scheiden bij vraat geurstoffen af om andere planten te waarschuwen, waardoor planten stoffen aanmaken die herbiv.....

    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis
    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    Je ademwegen en je verteringsstelsel zijn aan de binnenzijde bedekt met een speciale cellaag: slijmvlies. Dekweefselcellen van de luchtwegen hebben trilharen, die met krachtige slagen het vervuilde slijm richting keelholte brengen.


    Via monddelen van een bijtende mug kunnen ziekteverwekkers binnendringen.

    Virussen maken gebruik van cellen om zich te vermeerderen. Met eiwitten aan het membraan hecht een virus zich aan receptormoleculen in het membraan van de gastheercel. Het dengue virus wordt opgenomen en het erfelijk materiaal komt vrij. De ribosomen op het RER vertalen het virus-RNA naar viruseiwitten, die dan weer virus-RNA maken. De virussen worden afgewerkt in het Golgi-systeem.

    De cel sterft en de virussen verlaten de gastheercel en besmetten andere cellen.

    Komt een virus in het bloed, dan treedt niet-specifieke afweer op. Dat is een opruimsysteem van witte bloedcellen en bloedeiwitten dat lichaamsvreemde deeltjes die binnendringen, onschadelijk maakt.

    Complementeiwitten ruimen geïnfecteerde en vreemde cellen op. De eiwitten van de bacterie waarmee een eiwit in contact komt zijn heel specifiek en werken als herkenningseiwitten voor je afweersysteem: antigenen. De eiwitgroep bindt aan de ziekteverwekker en dood de bacterie. Ook trekken ze aandacht van de algemene afweer: de macrofagen en dendritische cellen ruimen de ziekteverwekker op. Alle eiwitten vormen samen het complementsysteem.

    Ook witte bloedcellen zijn beschikbaar voor de bestrijding van ziekteverwekkers, die ontstaan in het beenmerg. Granulocyten hebben een veelvormige, niet ronde kern. Ze hebben enzymen om gevangen bacteriën te verteren. Ontdekken ze een ziekteverwekker, dan scheiden ze cytokinen af. Deze hechten op de plaats van infectie voor andere typen witte bloedcellen. Er treedt een .....

    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis
    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    Antistoffen hechten zich aan de antigenen van de ziekteverwekkers. Deze binding activeert het complementsysteem in het bloed (niet specifieke afweer). Het membraan kan stuk gaan (lysis), de eiwitten kunnen extra macrofagen aantrekken (chemotaxis), of ze helpen de ziekteverwekker te merken (opsonisatie). Een antistof is een immunoglobuline, bestaande uit een constant deel en een variabel deel.

    B-cellen produceren antistoffen. B-cellen wachten inactief in de lymfeknopen, totdat T-helpercellen met cytokinen de cellen activeert. Dan gaan ze delen en specialiseren ze zich tot plasmacellen, die een ruw endoplasmatisch reticulum (RER) vormen die antistoffen maken, en tot B-geheugencellen, die na de bestrijding aanwezig blijven. Dit is humorale immuniteit, het vermogen om via antistoffen een ziekteverwekker te doden.

    Je bent immuun voor een bepaalde ziekte.

    Een vaccin bevat verzwakte ziekteverwekkers of antigenen daarvan, waardoor je lichaam geheugencellen maakt. Dit heet kunstmatige actieve immunisatie. Wanneer je besmet wordt met verkoudheid heet dit natuurlijke actieve immunisatie.

    Bij passieve immunisatie krijg je antistoffen binnen zonder dat je immuunsysteem actief is. Dit heet kunstmatige passieve immunisatie. Ongeboren kinderen krijgen antistoffen via de moeder: natuurlijke passieve immunisatie.


    Het AB0-stelsel bij rode bloedcellen kent antigeen A en antigeen B. Deze combinatie bepaalt je bloedgroep. Van het gen voor het bloedgroepantigeen bestaan het A-allel, B-allel en 0-allel. Het bloedplasma bevat antistoffen voor bloedgroepantigenen die het niet heeft.

    Bij een bloedtransfusie is het belangrijk dat je bloed van dezelfde bloedgroep binnenkrijgt. Dit omdat antistoffen reageren op onbekende antigenen, waardoor bloedklontering kan ontstaan. Juiste bloedcellen ontvangen en ook verkeerde antistoffen is oké in kleine hoeveelheden. Bloedgroep 0 gold als universele donor en bloedgroep AB als universele acceptor.

    Een andere bloedgroepantigeen is de resusfactor. Als je het resusantigeen hebt (antigeen D) ben je resuspositief. Resusnegatieve mensen hebben geen antiresus in het bloedplasma. Vorming van antiresus gebeurt wanneer mensen met resusnegatief bloed een bloedtransfusie krijgen met resuspositief bloed. Bij zwangerschap van een negatieve moeder die een positief kind krijgt, krijgt de moeder resuspositief bloed binnen en gaat daar.....

    This page(s) are not visible in the preview.
    Please click on download.
    Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
    Click on download to get complete and readable text
    • This is a free of charge document sharing network
    Upload a document and get this one for free
    • No registration necessary, gratis

    Legal info - Data privacy - Contact - Terms-Authors - Terms-Customers -
    Swap+your+documents