Summary

Biologie Nectar 6VWO Examenstof

18.737 Words / ~38 pages
<
>
swopdoc logo
Download
a) trade for free
b) buy for 8.18 $
Document category

Summary
Biology

University, School

Alkwin, Uithoorn

Grade, Teacher, Year

NVT, Zonneveld, 2018

Author / Copyright
Text by Jürg D. ©
Format: PDF
Size: 0.18 Mb
Without copy protection
Rating [details]

Rating 3.0 of 5.0 (1)
Networking:
0/0|0[0.0]|0/3







More documents
Nectar, Biologie, Hoofdstuk 4 en 5 voor Havo 4 en 5 Hoofdstuk 4 §4.1 Gezonde voeding? Voeding heeft 3 functies: brandstof, bouwstof, beschermende stof Voedingsstoffen zijn: suikers (koolhydraten), een organische stof: enkelvoudige suikers (bijv. glucosen en fructose), ook wel monosachariden, deze zijn oplosbaar 0 0 0 0 0 0 tweevoudige suikers (bijv. maltose, sacharose(riets­uik­er)), ook wel disachariden, zijn redelijk oplosbaar 00 00 00 00 meervoudige suikers (bijv. zetmeel), ook wel polysachariden, zijn totaal niet…
Ze heeft hem ook heel veel gered uit verschillende situaties en de manieren hoe zij handelde waren echt iets om trots op te zijn. Ik wilde haar vooral neerzetten zoals ze natuurlijk echt was, niet beter, niet slechter gewoon puur Rachel. Zo verdient ze dat ook.3. Na alle informatie te hebben opgenomen van de familie Hazes, hoe is jouw kijk op hen veranderd?Eerli­jk gezegd wist ik niet veel over hun persoonlijke leven. Wel was ik fan van sommige liedjes die André heeft gezongen, maar veel wist ik niet over hem. Ik zag hem gewoon als leuke volkszanger.…

Er zijn drie soorten kegeltjes met elk hun eigen variant van het eiwit photopsine. Bij elke kleur hyperpolariseren bepaalde kegeltjes wel en andere niet. Via schakelingen in de receptieve velden gaat al die informatie naar de hersenen. Kleurenzien berust op het samenspel van receptorcellen en neuronen in het netvlies plus de informatieverwerking in de visuele schors.

Door remming vanuit sterk belichte receptieve velden op de naastgelegen receptieve velden wordt het contrast verhoogt, waardoor er een scherpe grens ontstaat.


Verschillende chemoreceptoren meten de pH of O2 in je bloed. Elke chemoreceptor reageert op zijn eigen adequate prikkel. De receptoren voor pH en O2 liggen in de wand van de aortaboog en de halsslagaders. De sensorische zenuwen geven impulsen door naar het ademhalingscentrum. Drukreceptoren bestaan uit de uiteinden van sensorische neuronen.

Informatie over de spanning in spieren registreer je met spierspoeltjes die tussen de spiervezels liggen. De spiervezels zijn verbonden met een motorisch neuron. De spierspoeltjes zijn verbonden met sensorische neuronen. Aan de hand van impulsen kunnen spieren samentrekken of ontspannen.

Door informatie uit spierspoeltjes gaat een aantal reflexbogen werken die spieren laten ontspannen of samentrekken.

Informatie over de totale spanning van je spieren komt van peeslichaampjes, uiteinden van sensorische neuronen die in de pezen van een spier liggen en reageren bij uitrekking van de pees. De reflex voorkomt overbelasting met als risico blessures zoals het afscheuren van de pees.


.....[read full text]


Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Een sarcomeer is de kleinste samentrekkende eenheid.

Impulsoverdracht gaat via een neuromusculaire synaps. Een groep spiervezels die op de impulsen van één axon reageert, is een motorische eenheid. Na een impuls schuiven actine- en myosinefilamenten in elkaar, de Z-lijnen bewegen naar elkaar toe en de lengte van de sarcomeren nemen af. Zo verkort een spier. Dit gebeurt via het motoreiwit myosine. Een myosinekop kan een ATP-molecuul omzetten in ADP en P. Dankzij Ca2+ ionen kunnen myosinekoppen aan de actinemoleculen binden, het ADP laat los en komt alles weer op zijn plek.

Wanneer aan een nieuw ATP wordt gebonden komt de myosinekop weer los en splitst ATP.

Is er geen Ca2+ meer, dan zorgt de antagonist, een tegengestelde spier, dat myosine en actine weer binden. Spieren werken dus in koppels. Spierspoeltjes en peeslichaampjes reguleren de mate van samentrekking. Wanneer een spier te veel belast wordt, komt er via het ruggenmerg een impuls om te ontspannen.

In snelle spiervezels splitsen de myosinekoppen heel snel ATP en is de samentrekking snel en krachtig. Meer snelle spiervezels en lange achillespezen dragen bij aan een hogere sprintsnelheid.

In langzame spiervezels wordt ATP langzaam gesplitst. Langzame spiervezels en lange achillespezen zorgen voor een efficiënter gebruik van energie, wat gunstig is bij duurlopen.

Door krachttraining kun je het spiervolume van de snelle spiervezels vergroten. Door duurtraining neemt het aantal bloedvaten rondom spiervezels toe.

Hartspierweefsel bestaat uit dwarsgestreepte spiervezels die onderling verbonden zijn via vertakkingen. Gap junctions zorgen voor een gecoördineerde samentrekking. Glad spierweefsel bestaat uit enkelvoudige spiercellen die niet met elkaar vergroeid zijn. Na een impuls trekt de cel aan alle kanten samen. Kringspier en lengtespier zijn elkaars antagonist.


De energiebron van elke cel is ATP. Wanneer de binding tussen de buitenste en tweede fosfaatgroep verbreekt, ontstaan ADP en P. Spiercellen hebben een kleine ATP-voorraad, net genoeg voor enkele seconden. Daarom maken spiercellen steeds opnieuw ATP aan, door ADP te gebruiken. Dit is een voortdurende .....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Zonder O2 valt de elektronentransportketen stil. Een cel heeft dan alleen nog de glycolyse om ATP te vormen, mits er voldoende NAD+ is. Beide moleculen pyrodruivenzuur nemen H+ op van NADH,H+. Zo wordt melkzuur via de lever gerecycled. De anaerobe dissimilatie heet melkzuurgisting. Spiervermoeidheid wordt veroorzaakt door hoge concentraties K+ en afbraakproducten van ATP.

Bij alcoholische gisting wordt ethanal gevormd uit pyrodruivenzuur en wordt daar ethanol van gemaakt.


Een neurale regulatie is een door het zenuwstelsel geregeld homeostatisch mechanisme om om te gaan met stress. Voorbeelden zijn bloeddruk en hartfrequentie.

De hypothalamus geeft CRH af, waardoor de hypofyse ACTH afgeeft. De bijnierschors maakt daardoor cortisol, zo wordt adrenaline gemaakt. Het lichaam staat nu op scherp. De afgifte van insuline wordt geremd, gluconeogenese gestimuleerd en het orthosympatisch zenuwstelsel wordt actief.

De premotor cortex is een hersengebied dat de planning van bewegingen regelt. Vanuit dit hersendeel gaan impulsen naar motorische centra en vervolgens naar alle skeletspieren.

Tijdens het lopen bewegen de armen tegengesteld aan de benen. Al deze bewegingen vergen veel coördinatie, met name van de kleine hersenen. Wanneer bepaalde spiergroepen kracht zetten, ontspannen hun antagonisten.

Lopen is een aangeleerde en geoefende reflex. Neuronen leggen contact via synapsen. Door te oefenen gaan er een juist aantal impulsen op het goede moment langs de juiste zenuwbanen naar de juiste spieren. Je hersenen slaan deze informatie op.

Bij een eenvoudige contractie ontspant de spier gelijk na samentrekking. Bij meerdere impulsen zullen spiervezels verder samentrekken: summatie. Een grotere frequentie leidt tot een schokkende samentrekking: gekartelde tetanus. Bij een gladde tetanus spant een spier soepel aan. Hoe hoger de impulsfrequentie, hoe meer motorische eenheden aan het werk gaan. Zonder de spiertonus .....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

De stad verschilt van alle andere ecosystemen vanwege de grote populatie mensen. Het zijn namelijk de mensen die het ecosysteem vorm hebben gegeven. De tolerantiegrenzen voor een bepaalde abiotische factor worden voor veel soorten overschreden, waardoor veel van de natuurlijke habitat verdwijnt.

Maar de stad biedt ook kansen: het aantal soorten organismen neemt na verloop van tijd weer toe. Het microklimaat van een stad kan aangenamer zijn dan die in de omgeving en er is volop voedsel. Een stad is gevarieerd. Door de verscheidenheid aan habitats en niches kan het aantal soorten in de stad erg groot zijn. Ook de genetische diversiteit en biologische structuren nemen na verloop van tijd toe.

In het stadscentrum is de biodiversiteit meestal niet groot, in een buitenwijk vaak wel. Een buitenwijk is een gradiëntenecosysteem, waarvan de abiotische factoren geleidelijk in het systeem veranderen. Door deze variatie zijn habitats en niches van zowel de stad als het platteland te vinden.

Adaptatie is een verandering in bouw of gedrag van een soort, waardoor deze beter aangepast is aan de heersende milieufactoren. Adaptatie kan enige tijd duren. Door trial and error kan een eigenschap aangeleerd worden, waarna door imitatie de hele groep het overneemt. Een exoot is een organisme dat oorspronkelijk niet in een bepaald gebied voorkomt, maar zich heeft gevestigd.

De fitness is het vermogen om bepaalde allelen door te geven aan de volgende generatie.

Na een strenge winter kan het voorkomen dat van een soort nog slechts enkele individuen leven. De populatie kan dan weer groeien, maar de allelensamenstelling is dan waarschijnlijk minder divers. Dit zorgt voor een flessenhalseffect: de verandering in allelfrequenties na een ramp waarbij het aantal individuen sterk is afgenomen.

Het kan voorkomen dat een deel van een populatie verplaatst naar een ander gebied. Deze dieren zullen genetisch gezien erg op elkaar lijken. Blijft de populatie lang geïsoleerd, dan blijft het foundereffect lang bestaan. Bij een grote genetische variatie is dit geen probleem, maar wanneer er door inteelt erfelijke aandoeningen ontstaan, is de populatie kwetsbaar. Bij genetic drift is de populatie zo klein, dat dieren elkaar moeilijk kunnen vinden en daarom niet aan voortplanting toekomen.

Concurrentie ontstaat wanneer twee soorten een overlappende habitat en niche hebben. Ook de menselijke aanpassingen aan dieren zorgt soms voor een te.....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Duurzame voedselproductie is een manier van voedsel produceren zonder schade aan het milieu toe te brengen waarbij ook op de lange termijn mensen voldoende te eten hebben.

Stadslandbouw heeft verschillende voordelen. De transportkosten zijn laag, de producten zijn vers en je bent betrokken bij je eigen voedselproductie. Bij de teelt van gewassen in een stad spelen licht, mineralen, water en ruimte een belangrijke rol. Een manier om groenten te telen is de planten te zetten in een voedingsoplossing met de juiste hoeveelheid mineralen (hydrocultuur).

Dieren in de stad leven van de resten die mensen achterlaten. Het voedselweb van de stad is dus sterk afhankelijk van het door mensen geïmporteerde voedsel. De producenten ontbreken voor een groot deel. Predatoren zijn nauwelijks aanwezig en het totale aantal diersoorten is beperkt.

In een natuurlijk, niet stedelijk ecosysteem is de invloed van de mens niet groot. De toppredatoren bepalen hoeveel herbivoren in een ecosysteem leven. Door aanleg van huizen en riolen in een stad is de bodemstructuur en de waterhuishouding veranderd. Stadsbewoners beïnvloeden ook heel direct andere trofische niveaus van de voedselpiramide. Het vinden van voedsel voor dieren in de stad is vaak gemakkelijk, maar daarvoor moeten de dieren hun natuurlijke schuwheid voor de mens overwinnen.


Naast voedsel hebben stadsbewoners water nodig nodig. Verder gebruiken industrie en landbouw veel water. Grondwater is meestal schoner dan rivierwater en is ook de grootste zoetwaterbron op aarde. De Nederlandse rivieren moeten eerst gezuiverd worden voordat het drinkbaar is. Drinkwaterbedrijven slaan rivierwater op in spaarbekkens, waar veel verontreiniging achter blijft.

Daarna wordt het water in de duinen gefilterd. Nadat het wordt opgepompt volgt er een beluchting en een reiniging mbv natronloog en actieve kool. Na zuivering is ook drinkwater niet volledig ‘zuiver’.

Wereldwijd is er een schaarste aan goed drinkwater. Voor de VN is het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot schoon drinkwater. In veel steden kan de watervoorziening de groei van de bevolking niet bijhouden. Hierdoor gaan mensen vervuild water gebruiken, wat ziektes veroorzaakt. Ook is het waterleidingnet vaak sterk verouderd, waardoor .....

Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis
This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Het DNA in een celkern is beschermd door eiwitten. De verpakkingseiwitten bestaan uit een bol van 8 histonen, waar de basenparen van het DNA omheen gewikkeld zijn. Deze structuur heet een nucleosoom. Door deze structuur ontstaan er stevige chromatinedraden, die samen met andere chromosomen het chromatine vormen. Het samenpakken van chromatinedraden tot compacte chromosomen tijdens een mitose voorkomt dat DNA-moleculen beschadigen.

De donkere gebieden in een celkern ontstaan door compact gespiraliseerde chromatinedraden. Door de open structuur van de chromatinedraden in de lichte gebieden is de genetische informatie voor het aanmaken van een eiwit makkelijk af te lezen. In het donkere kernlichaampje bevinden genen zich met informatie voor het vormen van ribosomaal RNA (rRNA). Hier ontstaan eiwitten die nodig zijn bij translatie.

In het centromeer en de telomeren is een chromatinedraad sterk gespiraliseerd. Ruim 90% is niet-coderend DNA.

Mitochondriaal DNA (mtDNA) is cirkelvormig. 13 van de 37 genen zijn nodig bij de oxidatieve fosforylering. De rest wordt gebruikt voor eiwitsynthese. Het mtDNA heeft een grote kans op mutaties door reactieve zuurstofmoleculen, die tot beschadiging kunnen leiden.


Met de leeftijd neemt het aantal mutaties in DNA toe door reactieve O2-moleculen in de mitochondriën. DNA-herstelsystemen repareren de beschadigde nucleïnebasen, maar hun efficiëntie is geen 100%. Substitutie is het inbouwen van een andere nucleïnebase in het DNA. Een verandering van één basenpaar is een puntmutatie. Bij deletie verdwijnt één basenpaar. Één extra toegevoegd basenpaar heet insertie.

Schadelijke stoffen voor DNA heten mutageen. Zo kan tabaksrook een methylgroep toevoegen aan C, waardoor A kan ontstaan in de complementaire streng. Radioactieve straling breuken in DNA-strengen en chromosoommutaties, zoals duplicaties en inversies.

Voorafgaand aan een celdeling verdubbelen in de S-fase DNA-moleculen: DNA-replicatie:

  1. Helicase verbreekt de waterstofbruggen tussen basenparen: er o.....

This page(s) are not visible in the preview.
Please click on download.
Download Biologie Nectar 6VWO Examenstof
Click on download to get complete and readable text
• This is a free of charge document sharing network
Upload a document and get this one for free
• No registration necessary, gratis

Legal info - Data privacy - Contact - Terms-Authors - Terms-Customers -
Swap+your+documents